Home | Soorten | ContactReacties | Aanbod

Nieuwe Vogels Geboren: Pyrrhura Hypoxantha, Molinae, Frontalis en Perlata Lepida. Verschillende Valkparkieten en Agapornissen. *** Klik HIER! ***    NIEUW: Prachtige Hardhouten Java Trees en Speeltuinen........
 
Congo Grijze Roodstaart
 
Alex de Grijze Roodstaart
 

Door de wetenschappelijke onderzoeken van Irene Pepperberg is de laatste jaren overduidelijk aangetoond dat met name de Grijze Roodstaart een intelligentie niveau heeft vergelijkbaar met een kind van 4 - 5 jaar. Helaas is Alex in 2007 overleden, maar heeft een schat aan zeer waardevolle informatie achtergelaten. Bekijk de officiële website en ontdek wie uw papegaai werkelijk is. Of ontdek een schat aan zeer waardevolle informatie om u voor te bereiden op een eventueel aanschaf van deze unieke vogel.

Wist u dat de grijze roodstaart het enige dier is met een spraakvermogen? Zelfs een gorilla mist bepaalde delen in de hersenen die wel bij deze vogel aanwezig zijn. In tegenstelling tot wat lange tijd wereldwijd werd aangenomen, blijkt de grijze roodstaart papegaai niet zo maar een 'naprater' te zijn, maar een ontwikkeld dier met complexe gevoelens, emoties en het vermogen daarover d.m.v. taal te communiceren.

Ook kunt u hier de nieuwsbrief m.b.t. het overlijden van Alex downloaden. Er staat waardevolle informatie in over de nalatenschap.

 
 
 
 

 

De invloed van de kweekmethode op het gedrag van de vogel
Bron: ‘The influence of the breeding method on the behaviour of adult African grey parrots, Prof. Dr. A. Steiger und PD Dr. M. G. Doherr, vorgelegt von Rachel Schmid (2004)
Vertaling van de algemene discussie, de conclusies en de samenvatting, door E.J. Flaman



In de studie gedroegen de met de hand grootgebrachte vogels zich veel agressiever naar mensen dan de papegaaien die niet op deze wijze zijn grootgebracht. Volgens hun eigenaar vielen zij mensen in het bijzonder aan om hun dominantie te tonen en uit jaloezie. Daarnaast waren zij veel selectiever naar mensen dan de vogels die op een natuurlijke manier waren grootgebracht. Ze waren ook meer geneigd tot onvolwassen gedrag (smeken) en gedroegen zich onhandig. De met de hand grootgebrachte papegaaien die plukgedrag vertoonden kauwden eerder op hun veren dan dat ze ze plukten. Aan de andere kant neigden de niet plukkers onder de met de hand grootgebrachte vogels tot het overdreven of juist te weinig schoonmaken en gladstrijken van de veren met hun snavel. De meeste van deze resultaten zouden te wijten kunnen zijn aan de inprenting op mensen of aan het gebrek aan socialisatie met soortgenoten gedurende hun jeugd.



De in het wild gevangen papegaaien vertoonden meer plukgedrag dan de in gevangenschap grootgebrachte. In tegenstelling tot de met de hand grootgebrachte, plukken de wildgevangen vogels hun veren in plaats van erop te kauwen. Ze bijten zelden maar als ze bijten wordt dit gedrag door hun eigenaren geïnterpreteerd als angst. Ze ontwikkelen vaak agressie naar een specifieke sekse (over het algemeen naar mannen). Daarnaast hadden de wildvang papegaaien vaak bezorgdheid ontwikkeld en verkeerden ten tijde van het bezoek in slechte gezondheid. Deze observaties zijn allemaal gerelateerd aan de aanzienlijke stress die de vogels hebben doorstaan gedurende hun vangst, transport en quarantaine. Sommige resultaten kunnen ook te wijten zijn aan de antibioticabehandeling in quarantaine.



De door de ouders grootgebrachte vogels verkeerden over het algemeen in een erg goede gezondheidsconditie. Het was echter erg moeilijk om conclusies over ze te trekken aangezien hun groep uit een klein aantal vogels bestond. Toch leken de door de ouders grootgebrachte vogels goed gebalanceerd gedrag te vertonen en waren zij minder ‘vatbaar’ voor probleemgedrag naar de eigenaar. Net als de wildvang vogels plukten de plukkers onder hen hun veren in plaats van erop te kauwen, ze vertoonden zelden bijtgedrag maar als zij beten werd dit door hun eigenaren geïnterpreteerd als angst. Zij vertoonden niet de neiging angstgedrag te ontwikkelen zoals hun wildvang soortgenoten.



De invloed van de methoden van handopfok op het gedrag van de vogels

De kuikens die hooguit twee weken in het nest bij de ouders hadden doorgebracht waren minder seksueel actief op volwassen leeftijd en hadden meer moeite met het leiden van een normaal seksueel leven met een andere papegaai. De papegaaien die minder dan vijf weken bij hun ouders in het nest hadden doorgebracht voordat ze werden uitgehaald voor de handopfok vertoonden meer stereotype bewegingen op volwassen leeftijd dan de met de hand grootgebrachte kuikens die langer bij hun ouders waren gebleven. De papegaaien die uit het nest waren gehaald op het moment dat hun belangrijkste veren begonnen te groeien (op een leeftijd van 6 weken) waren geneigd hun veren te plukken op volwassen leeftijd. Deze verklaringen laten zien dat hoe langer de kuikens door hun ouders gevoed worden (tenminste vijf weken maar liever nog 8 weken) hoe minder consequenties handopfok op de ontwikkeling en het gedrag van de vogels heeft. Daarnaast imiteerden de papegaaien die minder dan vijf weken in het nest bij hun ouders hadden doorgebracht menselijke woorden en zinnen wat beter dan de andere papegaaien. Deze vogels neigden er ook naar hun veren vaker te plukken dan erop te kauwen in geval van plukgedrag.


De kuikens die met een buisje (direct in de krop) handgevoerd zijn werden agressiever, vielen mensen aan door op ze in te vliegen, gilden vaker, waren angstig op het moment van aankoop en verkeerden in een veel slechtere gezondheidstoestand dan de papegaaien die op een van de andere manieren waren gevoerd (met een lepel, pipet of met een spuitje zonder naald). De kuikens die met een lepel waren gevoerd waren bijzonder tam bij aankoop. Het voeren met een buisje is waarschijnlijk onplezierig en stressvoller voor de vogel dan het voeren met een lepel, spuitje of pipet. Daarnaast is het ook een veel onhygiënischer methode aangezien de buisjes maar moeilijk goed te reinigen zijn.


De papegaaien die met de hand waren grootgebracht in afzondering van andere vogels vertoonden als volwassenen vaker de neiging te bedelen, meer selectief naar mensen te zijn en ze waren minder geneigd normaal seksueel gedrag te vertonen met andere papegaaien. Daarnaast gedroegen de papegaaien die in close contact met mensen waren geweest gedurende het moment van handopfok zich minder seksueel normaal met andere papegaaien en kozen mensen over het algemeen als hun partner, vergeleken met vogels die minimaal contact met mensen hadden gehad in die periode. Deze observaties zijn te wijten aan het feit dat deze papegaaien meer ingeprent zijn op mensen en ze daarom als seksuele partner beschouwen. Daarnaast weerhoudt hun gebrek aan socialisatie met soortgenoten hen ervan door de normale ontwikkelingsstadia te gaan en raken ze aangemoedigd onvolwassen gedragspatronen te vertonen ondanks hun seksuele rijpheid.


De kuikens die aangekocht zijn voordat ze onafhankelijk waren en gespeend zijn bij hun eigenaar neigen naar het te vaak of juist te weinig gladstrijken en schoonmaken van hun veren. Hoewel ze minder geneigd zijn hun veren te plukken dan de papegaaien die bij de kweker gespeend zijn was het stadium van veren plukken over het algemeen slechter in deze groep. Daarnaast ontwikkelden de kuikens die bij de eigenaar gespeend zijn vaker agressief gedrag naar specifieke objecten wat ook getriggerd kan zijn door het voeren met de lepel. De speenperiode van deze papegaaien neigde ook langer te duren.



Opvoedmethodes: conclusie

De resultaten bevestigen dat de kweekmethode een duidelijke invloed heeft op het gedrag van grijze roodstaarten. Het trauma wat de wildvangvogels hebben moeten verdragen is aanzienlijk. Deze stress heeft behoorlijk langdurende consequenties op het gedrag van deze intelligente en gevoelige vogels. Aangezien genoeg grijze roodstaarten in gevangenschap kunnen worden gekweekt is het vangen ervan niet nodig en kan om die reden niet meer gerechtvaardigd worden. Met de hand grootgebrachte papegaaien neigen problematischer voor hun eigenaren te worden dan degenen die door hun ouders zijn grootgebracht of wildvang papegaaien. Niettemin, sommige methoden om kuikens met de hand groot te brengen hebben minder consequenties op het volwassen gedrag van de vogels, zoals het voeren met een lepel, pipet of spuit, lang bij de ouders in het nest blijven en weinig sociaal contact met mensen gedurende de handopfok. Deze methoden zouden daarom meer moeten worden toegepast. Daarnaast moeten de kuikens altijd met andere papegaaien worden gehouden gedurende de handopfok, zo mogelijk behorend tot dezelfde soort. Zodra ze uitgevlogen zijn is het van het allergrootste belang dat de jonge papegaaien met soortgenoten in volières worden gehouden (zowel onvolwassen als volwassen vogels) gedurende een aantal weken zodat ze alle soortspecifieke gedragspatronen kunnen leren.



De inprenting en de eerste sociale interacties van grijze roodstaarten zijn cruciaal voor de normale ontwikkeling van hun gedrag en mogen daarom niet onderschat worden. Door de ouders grootgebrachte papegaaien kunnen heel tam worden hoewel enig geduld is vereist om het vertrouwen van de papegaai te winnen. Dit zijn over het algemeen evenwichtige vogels die alle specifieke gedragspatronen hebben geleerd die wilde papegaaiensoorten vertonen. Daarnaast verschaft deze methode de ouders de gelegenheid hun kuikens op een natuurlijke manier groot te brengen wat absoluut een aanzienlijk voordeel voor hun welzijn inhoudt. Op de lange termijn voorkomt het door de ouders grootbrengen van de kuikens de broedparen van het verliezen van hun vermogen hun kuikens op een natuurlijke manier groot te brengen. Het verliezen van dit vermogen zou een dramatische consequentie kunnen zijn van het systematisch met de hand grootbrengen van kuikens.



De invloed van andere factoren zoals huisvesting, zorg, klimaat, sekse, leeftijd en sociaal contact op het gedrag van papegaaien

In aanvulling op een toename van stereotiepe bewegingen in met de hand grootgebrachte papegaaien die minder dan vijf weken in het nest bij de ouders verbleven werden deze abnormale bewegingen in het bijzonder waargenomen onder papegaaien die in constant contact met de eigenaren kwamen of met gezinsleden en bij vogels die gehuisvest zijn in een bewoonde kamer. Daarnaast ontwikkelden papegaaien die alleen gehouden worden en vogels die niemand als partner beschouwden (en daarom sociaal gedepriveerd zijn) vaker stereotype gedragingen. Verdere zaken die dit veroorzaken zijn een ongeschikte benadering van de papegaai (nerveuze eigenaar of luidruchtig gedrag), het bedekken van de vogelkooi als reactie op ongewenst gedrag of als routine elke nacht, en geen respect hebben voor de stemmingen van de papegaai en de individuele afstand. Maar ook een gebrek aan complexiteit in de omgeving van de vogel zoals een kleine kooi met fabrieksmatig gefabriceerde stokken en vogels zonder speelgoed in of buiten de kooi.



Repetitieve gewoonten lijken door sommige papegaaien gebruikt te worden om hun frustratie te uiten. De aanwezigheid van veel speelgoed buiten de kooi die door de papegaai wel gezien wordt maar waar ze niet bij kunnen lijkt zulk gedrag te triggeren. Geknipte veren, die vogels niet in staat stellen te ontsnappen door weg te vliegen, hoewel dit hun meest natuurlijke reactie is als ze zich bedreigd voelen, veroorzaakten de ontwikkeling van zulke abnormale bewegingen (in het bijzonder onder de door de ouders grootgebrachte kuikens). Daarnaast neigden de getrainde papegaaien en de vogels waarvan de eigenaren ongeschikt reageerden zulke gewoonten vaker te ontwikkelen.



In aanvulling op de toegenomen agressiviteit onder de met de hand grootgebrachte papegaaien, in het bijzonder de papegaaien die met het buisje gevoerd zijn, werd agressie vaker gezien onder papegaaien waarvan de eigenaar een ongeschikte benadering naar ze had evenals een ongeschikte reactie (zoals het bedekken van hun kooi) op ongewenst gedrag. Papegaaien tussen de 4 en 7 jaar die mensen als hun partner hadden gekozen of geen partner hadden waren in het bijzonder agressief naar mensen. Verder was er maar weinig stimulatie nodig in de omgeving van de vogels en een onjuist nacht-dag ratio om de agressiviteit te doen toenemen.



Ongerustheid werd vaak waargenomen onder de wildvang papegaaien. Bovendien spelen een gebrek aan complexiteit en veranderingen in de omgeving van de papegaai, zoals geen bodembedekking of slechts papier op de bodem van de kooi, zeldzame veranderingen in de kooi of het alleen houden van vogels die de mens als partner zien een rol in de ontwikkeling van ongerustheid. Verdere oorzaken die tot ongerustheid bij de papegaai leiden zijn situaties die door de papegaai als stressvol worden gezien of die een gevoel van onveiligheid triggeren zoals het laag in de kooi plaatsen van de stokken, ongeschikte reacties van de eigenaar op ongewenst gedrag van de vogel, het bedekken van de kooi als een reactie op ongewenst gedrag of als een routine elke nacht, en de constante aanwezigheid van familie.



Het overdreven slaken van doordringende kreten werd het meest waargenomen onder poppen en onder papegaaien die de mens als vervangende partner zien. Maar ook factoren die tot verveling leiden zoals geen bodembedekking en geen speelgoed in de kooi. Verdere factoren die tot deze kreten leiden zijn de motivatie van de respons van de vogel op bepaalde stimuli, zoals de locatie van de kooi nabij een raam of een bewoonde kamer met constant contact met de eigenaar, maar ook buiten de kooi geplaatste stokken. Een ongeschikte benadering van de eigenaar op de vogel leidde tot de ontwikkeling van dit soort kreten.



Een erg hoog percentage wildvang papegaaien plukten hun veren. Aangezien het plukken van veren door talrijke stimuli veroorzaakt kan worden hadden slechts de meeste van deze factoren maar een lichte invloed op het gedrag van de vogel en maar een paar een significant effect. De papegaaien die naast een raam waren gehuisvest en die geen bodembedekking in de kooi hadden plukten hun veren vaker. Aan de andere kant plukten de vogels die in een erg vochtige omgeving (meer dan 60%) werden gehouden hun veren veel minder dan de andere vogels.



De methode waarop de veren geplukt worden lijkt gerelateerd te zijn aan de kweekmethoden van de papegaai (de met de hand grootgebrachte vogels neigen meer naar het kauwen op hun veren dan naar het plukken ervan) maar ook aan andere factoren. Papegaaien waarvan de kooi iedere nacht bedekt werd plukten hun veren eerder dan dat ze erop kauwden. Aan de andere kant kauwden de papegaaien die in een droge omgeving gehuisvest waren en de vogels die zelden de gelegenheid hadden een bad te nemen vaker op hun veren.



Exclusief onder de met de hand gekweekte papegaaien werd het te veel verzorgen of juist te weinig verzorgen van hun verenkleed waargenomen. Sommige omgevingsfactoren lijken aan dit gedrag bij te dragen zoals het zelden in de gelegenheid zijn een bad te nemen, een ongeschikt dag-nacht ratio en een dagelijkse blootstelling aan de zon. Daarnaast speelde sociale frustratie een rol. Een ongeschikte benadering naar de vogels, geen respect hebben voor de stemming van de papegaai en individuele afstand, zich te zelden buiten hun kooi of buitenshuis bevinden leidde tot het te veel of juist te weinig verzorgen van hun verenpak onder de met de hand grootgebrachte vogels.



Onvolwassen gedrag (smeken) werd in het bijzonder waargenomen onder de met de hand grootgebrachte vogels. De papegaaien die de mens als hun partner beschouwen en die voedsel kregen uit de mond van hun eigenaar (van mond tot snavel), net als de vogels waarvan de eigenaar de meeste tijd beschikbaar was vertoonden dat gedrag erg vaak.



Verschillende stimulerende factoren in de omgeving van de vogels, zoals het glanzende draadwerk van sommige kooien, een heldere omgeving, de kooi net naast het raam geplaatst of kooien die iedere dag op het balkon gezet worden en de aanwezigheid van speelgoed in de kooi verhoogde de seksuele activiteit van de papegaaien. Voortplantingspogingen op de schoenen of handen van de eigenaar waren het resultaat van een te hechte relatie met de eigenaar en kleine kooien. Vogels die in een bewoonde kamer leven en waarvan de kooien bij het raam staan en een hechte relatie met de eigenaar hebben gaven hun voedsel vaker op voor hun eigenaar.



Zorg en huisvesting: conclusie


De resultaten laten zien dat grijze roodstaarten erg gevoelige vogels zijn en de manier waarop ze zich gedragen makkelijk beïnvloed kan worden door hun omgeving maar ook door de zorg die aan ze besteed wordt en de huisvesting. Zowel het sociale contact met andere vogels als de relatie met de eigenaar spelen een overheersende rol in het welzijn en gedrag van de vogel. Het belang van hun sociale behoeften mag daarvoor nooit onderschat worden.



De meeste gedragsstoornissen kunnen voorkomen worden door de vogels in paren in volières met voldoende bezigheid te huisvesten. Bovendien is het begrijpen van het gedrag en lichaamstaal van de vogel erg belangrijk om op die manier respect voor hun individuele afstand op te brengen en het kan op een succesvolle wijze voorkomen dat de eigenaren bange of agressieve reacties bij de vogels triggeren. Het is dus essentieel voor het welzijn van de papegaai om de factoren die van invloed zijn op het gedrag van de vogel in overweging te nemen en deze te optimaliseren.



Samenvatting

Het doel van deze studie was de gedragsverschillen tussen met de hand opgevoede, door de ouders grootgebrachte en wildvang grijze roodstaarten te bestuderen. Bovendien werden de met de hand grootgebrachte papegaaien verdeeld in verschillende categorieën om de invloed van de verschillende methoden van handopfok op het gedrag van de vogels te kunnen onderzoeken.



Een vragenlijst bestaande uit 138 multiple choise vragen over de kweekmethode, zorg, huisvesting, gezondheid, afkomst, vorige eigenaren, gedrag en sociale interacties werd bij de eigenaren van de 105 grijze roodstaarten thuis ingevuld; de papegaaien moesten ten minste 3 jaar oud zijn en hun afkomst moest bekend zijn. In aanvulling daarop werden 61 vragen beantwoord aan de hand van observatie van de vogels. De kwekers werden ook benaderd en aan hen werden 11 vragen gesteld over de gebruikte methode van handopfok.



De resultaten werden statistisch geanalyseerd met behulp van de Chi-kwadraat toets en de Fischer Exact toets. De resultaten waren gebaseerd op de antwoorden die de eigenaren op de vragen gaven. Veel complexe gedragspatronen (agressiviteit of selectief gedrag) werden geëvalueerd met behulp van een sleutel waarbij verschillende criteria in aanmerking werden genomen. Alle subjectieve antwoorden werden gecheckt en bijgesteld met gebruikmaking van verschillende objectieve componenten.



§ De met de hand grootgebrachte papegaaien gedroegen zich agressiever en selectiever naar mensen dan de door hun ouders grootgebrachte exemplaren. De met de hand grootgebrachte vogels die plukgedrag vertoonden kauwden eerder op hun veren dan ze te plukken. De vogels die niet plukten verzorgden hun verenpak juist overdreven of te weinig. Bovendien waren de met de hand grootgebrachte vogels onhandiger en bedelden vaker om voedsel dan de papegaaien die niet met de hand waren grootgebracht.

§ De met de hand grootgebrachte kuikens die op een leeftijd jonger dan 5 weken uit het nest waren gehaald ontwikkelden vaker stereotiepe gedragingen dan de kuikens die langer bij hun ouders waren gebleven.

§ De kuikens die gevoerd waren met buisjes waren agressiever, gaven vaker doordringende kreten en waren in slechtere conditie dan de vogels die met de spuit, een pipet of de lepel gevoerd waren.

§ De vogels die slechts minimaal contact met mensen hadden gehad gedurende de handopfok waren beter in staat een normaal seksueel leven te leiden met een andere papegaai dan de papegaaien die met mensen in contact waren geweest gedurende de periode van handopfok.

§ De kuikens die voor de speentijd waren verkocht verzorgden hun verenkleed overdreven of juist te weinig en maakten een langere speentijd door dan de kuikens die bij de kweker waren gespeend.

§
De wildvang papegaaien plukten hun veren vaker, waren in slechtere gezondheid en ontwikkelden vaker bezorgdheid dan de door de ouders of met de hand grootgebrachte vogels.

§ Veel observaties betreffende de invloed van andere factoren (zoals zorg en huisvesting) op het gedrag van de vogels werden ook gedaan.



Deze studie laat ons concluderen dat de kweekmethode een duidelijke invloed op het gedrag van grijze roodstaarten heeft. Met de hand opgevoede papegaaien neigen meer problematisch gedrag te vertonen dan door de ouders grootgebrachte en wildvang vogels. Niettemin hebben sommige methoden van handopfok minder consequenties op het volwassen gedrag van de vogel, zoals het voeren met de lepel, een lang verblijf in het nest met de ouders en minder sociaal contact met mensen gedurende handopfok. Deze methoden zouden daarom vaker moeten worden toegepast. Het inprenten en de eerste sociale interacties van grijze roodstaarten zijn cruciaal voor een normale ontwikkeling van hun gedrag en mogen daarom niet onderschat worden.



Papegaaien worden vaak systematisch met de hand grootgebracht om aan de vraag naar huisdieren te voldoen. De (te weinig) door de ouders grootgebrachte vogels worden over het algemeen voor het kweken gebruikt hoewel ook deze vogels erg tam kunnen worden en over het algemeen minder problematisch gedrag vertonen dan de met de hand grootgebrachte vogels. De import van wildvang grijze roodstaarten is nog steeds legaal in Zwitserland hoewel er genoeg vogels in het land zelf gekweekt kunnen worden.



Grijze roodstaarten ontwikkelen vaak gedragsproblemen in gevangenschap aangezien het erg gevoelige, sociale en intelligente wilde dieren zijn. Hun sociale en omgevingsbehoeften worden zelden volledig bevredigd. Het is essentieel je beter te verdiepen in het complexe gedrag en de specifieke behoeften van papegaaien aangezien de interesse in papegaaien aan het groeien is evenals hun aandeel in de handel ervan.

Lees meer specifiek over papegaaien voeding.

 

 

 

 

ContactDierenartsen | Reacties | Gastenboek | Faqs